Pools Online logo
Zaloguj się
Temat lekcji: Facebookklas les 20

Facebookklas les 20

Vraag van de dag in het Nederlands =  Pytanie dnia po holendersku

Odpowiedz  na pytanie zadane w klasie na Facebooku i wyślij automatycznie do sprawdzenia.
Nie ma lepszej metody na sprawdzenie swoich możliwości.
Odpowiedź gwarantowana.

Możesz sprawdzić poniżej błędne i poprawne odpowiedzi – abyś nie popełniał tych samych błędów.
Powodzenia

 

 

  1. Nie wiem co to jest.
  2. Nie widzę.
  3. Nie mam pojęcia.
  4. Może to jest….
  5. Myślę, że to jest
  6. Co za idiotyczne zdjęcie.
  • Vraag 39 Deze keer iets anders. Hoe zeg je het in het Nederlands?

Vraag 39

Deze keer iets anders.

Hoe zeg je het in het Nederlands?
Odpowiedzi

  1. Nie wiem co to jest.

Ik weet het niet wat het is.
Ik weet niet wat het is.

  1. Nie widzę.

Ik zie niet.
Ik zit niet in.
Ik zie het niet.

  1. Nie mam pojęcia.

Ik heb geen idee. of Ik heb er geen idee van.

  1. Może to jest….

Misschien is het een …

  1. Myślę, że to jest

Ik denk, dat……. is

Wat een idioots foto’s.
Wat een gekke foto.

 

  1. Trzeba pójść z psem na spacer.
  2. Brat Keesa woła psa.
  3. Idzie z nim na spacer w parku.
  4. Kees siada i puszcza psa.
  5. Pies goni dużego białego kota.

 

  • Vraag 40 Kolejne zdania do przetłumaczenia. Zadajemy pytanie i zaprzeczamy. Succes.

Vraag 40

Kolejne zdania do przetłumaczenia.

Zadajemy pytania i zaprzeczamy. Succes.

Wat doet de hond? Wat denk je?
Odpowiedzi

Tym razem zdanie byly troche trudne.
Nie wszystkie odpowiedzi są niepoprawne. Zależy też od sytuacji.
Holendrzy mówią to troche inaczej i tej wersji się trzymamy.

  1. Trzeba pójść z psem na spacer.

Het moet gaan met hond voor een wandeling.
Do hond moet worden uitgelaten.

Moet de hond worden uitgelaten?

De hond moet niet worden/ wordt niet uitgelaten.

De hond moet thuis blijven.

  1. Brat Keesa woła psa.

De broer van Kees roept hond.
De broer van Kees roept de hond.

Roept de broer van Keest de hond?

De broer van Kees roept niet de hond. / roept geen hond.

De broer van Kees roept om hulp.

  1. Kees siada i puszcza psa.

Kees gaat zitten en hond loslaten.
Kees gaat zitten, laat de hond los.

Gaat Kees zitten en laat de hond los?

Keest gaat niet zitten en laat niet de hond los.

Kees gaat zitten, pakt een boek en gaat zitten lezen.

 

  1. Pies goni dużego białego kota.

De hond jaagt grote, witte kat.
De hond jaagt een grote witte kat na.

Jaagt de hond een grote witte kat na?

De hond jaagt niet een grote witte kat na.

De hond jaagt een duif na.

 

Je moet gaan met de hond voor een wandeling.

Broeder Kees aanroepen van de hond.

Ze gaat met hem voor een wandeling in het park.

Kees gaat zitten en laat de hond.

De hond die achter een grote witte kat.

 

Wanda – Dag Asia, in het Nederlands zeg je bij zin 1: De hond moet worden uitgelaten, of: je moet met de hond gaan wandelen. Je gebruikt het woord ‘moeten’ want dat kan ook de vertaling zijn van: trzeba (nodig zijn of moeten).

Zin 2: De broer van Kees roept de hond. Als vertaling van ‘brat’ zeggen we ‘broer’. Broeder is een ouderwets woord voor broer dat vroeger wel gebruikt werd. Broeder kan ook betekenen een mannelijk persoon die in een klooster woont, net als ‘non’ (zakonnica) voor vrouwen in een klooster.

Zin 3: beter is om te zeggen: ze (of hij) gaat met hem in het park wandelen.

Zin 4: Kees gaat zitten en laat de hond los (of vrij).

Zin 5: De hond jaagt op een grote witte kat. Gonić kan ook betekenen: achterna zitten en dat is eigenlijk hetzelfde als opjagen.

Wat denk je dat de hond doet? De hond zit een grote witte kat achterna/jaagt op een grote witte kat.

Asia –  zoals jij het moeilijk vindt om de zinnen te vertalen, moet ik ook soms in het woordenboek de vertaling opzoeken om uit te kunnen leggen wat ik bedoel.

Mam nadzieję, że lubisz mój komentarz!

Zapraszamy do zapoznania się z lekcją próbą i naszą metodą.
Zainteresowany nauką języka holenderskiego - zapraszamy do rejestracji!

ZAKUP KURSU PO HOLENDERSKU