Pools Online logo
Zaloguj się
Temat lekcji: Facebookklas les 9

Facebookklas les 9

Vraag van de dag in het Nederlands =  Pytanie dnia po holendersku

Odpowiedz na pytanie zadane w klasie na Facebooku i wyślij swoją sugestię do automatycznego sprawdzenia.
Nie ma lepszej metody na sprawdzenie swoich umiejętności językowych.
Gwarantujemy, że otrzymasz odpowiedź.

Możesz sprawdzić poniżej błędne oraz poprawne odpowiedzi – dzięki temu nie będziesz popełniał stale tych samych błędów.

Powodzenia

  • Vraag 17 Waar is het? Ben je daar ooit geweest?

Vraag  17

Waar is het? Ben je daar ooit geweest?
Odpowiedzi

Ik weet niet waar het is. Ik ben daar nooit geweest.

Ik vind dat is kaas-kaasmarkt in Alkmaar. Ik ben ook daar nooit geweest. Ik las een beetje over de spectaculaire handel.

Dit is de kaasmarkt Alkmaar, de grootste kaasmarkt van de wereld. ….de spectaculaire handel – co miałas na myśli? Wat bedoel je?

Ik bedoel de grote historische en toeristische spektakel. Duizenden bezoekers vanuit de hele wereld komen speciaal naar Alkmaar voor de kaasmarkt. Het hele plein ligt vol met duizenden kazen. Deelnemers hebben de kostuums, die zijn veranderd niet sinds de Middeleeuwen. Er zijn ook kraampjes met souvenirs.

 

In Nederland zijn er 5 Fair kaas in Alkmaar, Edam, Hoorn, Gouda en Woerden. Ik was nooit daar.

Er zijn nog vijf kaasmarkten in Nederland, namelijk in Alkmaar, Edam, Hoorn, Gouda en Woerden.
Ik was daar nooit. Klinkt beter.

Deze foto werd in Gouda gemaakt. Ik was nooit daar.
Ik was daar nooit.

Zapraszam na film – https://www.youtube.com/watch?v=V82ESrhvgTY

  1. Ogladam nową szkołę.
  2. Nauczyciela znam osobiście.
  3. Simon jest jeszcze uczniem.
  4. Nasze dzieci chodzą jeszcze do szkoły.
  5. Twoja siostra już jest studentką.
  6. Nauczycielka Rosalie jest chora.
  • Vraag 18 Podobnie jak w poprzednim wpisie. Tłumaczymy, zadajemy pytanie, zaprzeczamy oraz zmieniamy słowo. Succes.

Vraag 18

Podobnie jak w poprzednim wpisie, tlumaczymy, zadajemy pytanie, zaprzeczamy. Succes.
Odpowiedzi

Fijn weekend en tot maandag

  1. Ogladam nową szkołę.

Ik kijk nieuw school.
Ik bekijk de nieuwe school.

Bekijk je de nieuwe school?

Ik bekijk niet de nieuwe school.

  1. Nauczyciela znam osobiście.

Ik kan deze leraar.
De leraar ken ik persoonlijk.

Ken je de leraar persoonlijk?

De leraar ken ik niet persoonlijk.

  1. Simon jest jeszcze uczniem.

Simon is het nog steeds een student.
Simon is nog de leering.

(Simon zit nog op school)

Is Simon nog de leerling?

Simon is geen leerling?

  1. Nasze dzieci chodzą jeszcze do szkoły.

Onze kinderen nog gaan naar een school.
Onze kinderen gaan nog naar school.

Gaan jullie kinderen nog naar school?

Onze kinderen gaan nog niet naar school.

 

  1. Twoja siostra już jest studentką.

Je zus is al een student.
Jouw zus is al een studente.

Is jouw zus al een studente?

Jouw zus is al geen studente.

 

  1. Nauczycielka Rosalie jest chora.

Leraar Rosalie is het ziek.
De lerares van Rosalie is ziek.

Is de lerares van Rosalie ziek?

De lerares van Rosalie is niet ziek.

Let op! Zwracam uwagę na żeńskie zawody (de lerares – de leraar, de studente – de student)

Zapraszamy do zapoznania się z lekcją próbą i naszą metodą.
Zainteresowany nauką języka holenderskiego - zapraszamy do rejestracji!

ZAKUP KURSU PO HOLENDERSKU